Dat is de uitkomst van twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 augustus 2026
Jeugdzorgaanbieder Stichting Parlan moet de kosten voor de buitenschoolse opvang van pleegkinderen vergoeden aan hun pleegouders. Dat is de uitkomst van twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 augustus 2026. De rechtbank Noord-Holland kwam eerder tot hetzelfde oordeel.
Buitenschoolse opvang
Stichting Parlan biedt in opdracht van een aantal Westfriese gemeenten jeugd- en pleegzorg aan. Twee pleegouders hadden de stichting gevraagd om de kosten te vergoeden die zij hebben gemaakt voor de buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De Jeugdwet bepaalt namelijk dat pleegouders die kosten niet zelf hoeven te dragen. Maar de stichting vergoedde deze kosten niet. Volgens de stichting is niet zij, maar zijn de gemeenten Stede Broec en Medeblik verantwoordelijk voor het vergoeden van de kosten. Bovendien zou tussen de stichting en de gemeenten zijn afgesproken dat de kosten van kinderopvang niet vergoed worden.
Stichting Parlan is bestuursorgaan
De Afdeling bestuursrechtspraak zag zich eerst voor de vraag gesteld wie het besluit over de kostenvergoeding moest nemen. Net als de rechtbank komt zij tot het oordeel dat de stichting het bestuursorgaan is dat beslist op zo’n verzoek en niet de colleges van burgemeester en wethouders van Stede Broec en Medemblik. Uit de wet- en regelgeving volgt namelijk uitdrukkelijk dat de pleegzorgaanbieder beslist over de vergoeding van kosten aan pleegouders. Dat is in dit geval de stichting.
Vergoeding terecht afgewezen of niet?
Partijen waren het er in hoger beroep over eens dat pleegouders in principe de kosten voor de buitenschoolse opvang van pleegkinderen vergoed moeten kunnen krijgen. De vraag was alleen of de stichting die vergoeding in dit geval mocht afwijzen. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak mag een pleegzorgaanbieder op grond van de wettelijke regels alleen weigeren om de kosten te vergoeden als die niet redelijkerwijs noodzakelijk zijn, als voor de kosten een andere vergoeding kan worden verstrekt of als de kosten te verhalen zijn op de ouders van de kinderen. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot het oordeel dat die weigeringsgronden niet van toepassing zijn.
Gevolg van de uitspraken
Daarom moet de stichting de kosten voor buitenschoolse opvang van pleegkinderen betalen aan de pleegouders. Dat heeft zij inmiddels ook gedaan. Het is aan de gemeenten om te zorgen dat de gecontracteerde pleegzorgaanbieder daarvoor voldoende financiële middelen heeft.
Lees uitspraak Medemblik
Lees uitspraak Stede Broec
Bron: Raad van State
/c_650_0350.jpg)
/a_650_0284.jpg)
/a_650_1508.jpg)
/a_650_0583.jpg)
/H325_IST_24612_12481.jpg)
/a_650_0660.jpg)
/H325_02h17096.jpg)
/d_650_0148.jpg)
