De groei van het aantal werknemers in deze branche is in deze tien jaar groter dan in de bedrijfstak zorg en welzijn als geheel en dan in de totale economie
In het vierde kwartaal van 2025 werkten er in het sociaal werk 71,4 duizend werknemers, het hoogste aantal in de afgelopen tien jaar. De groei van het aantal werknemers in deze branche is in deze tien jaar groter dan in de bedrijfstak zorg en welzijn als geheel en dan in de totale economie. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW).
In het eerste kwartaal van 2015 was het aantal werknemers in sociaal werk het laagst sinds het begin van de metingen in 2010 met 47,9 duizend. Tussen het vierde kwartaal van 2015 en het vierde kwartaal van 2025 steeg het aantal werknemers met 44,0 procent. Dat is een sterkere groei dan de groei van het aantal werknemers in zorg en welzijn als geheel (25,7 procent) en van het totaal aantal werknemers (18,1 procent).
Toename werknemers bij maatschappelijke opvang met overnachting
Sociaal werk bestaat uit vier subbranches. Het aantal werknemers neemt in deze periode vooral toe in maatschappelijke opvang met overnachting (onder andere opvang daklozen en asielzoekers) en welzijn breed (welzijnswerk ouderen en lokaal welzijnswerk). Maatschappelijk werk is het kleinste onderdeel van sociaal werk, maar heeft naar verhouding een even grote toename van het aantal werknemers.
Toename werknemers vooral door hogere instroom
In de laatste vijf jaar stijgt het aantal werknemers dat start met een baan (instroom) in het sociaal werk sterker dan daarvoor. Van jaarlijks 13,5 duizend nieuwe werknemers in 2020 (vierde kwartaal), stijgt dit naar jaarlijks naar 20,9 duizend nieuwe werknemers in 2025.
Ook het aantal werknemers dat stopt met een baan (uitstroom) stijgt vanaf 2021, maar minder hard dan de instroom: van 14,6 duizend per jaar in 2020 (vierde kwartaal) stijgt de uitstroom naar 16,3 duizend per jaar in 2025. Hierdoor blijft het aantal werknemers na 2021 groeien. In 2025 was er een toename van 4,6 duizend werknemers.
Nieuwe werknemers vooral van buiten zorg en welzijn
Instromers komen relatief vaak van buiten de bedrijfstak zorg en welzijn. In het vierde kwartaal van 2025 kwam bijna 69 procent van de nieuwe werknemers uit andere bedrijfstakken, vooral uit de zakelijke dienstverlening en handel. In zorg en welzijn komt gemiddeld 56 procent van de instromers uit een andere bedrijfstak. 7,5 procent van de instromers komt van andere werkgevers binnen het sociaal werk, terwijl er gemiddeld in zorg en welzijn 21,2 procent vanuit de eigen branche instroomt.
De instromers in sociaal werk van buiten zorg en welzijn zijn relatief vaak herintreders (34 procent) of zij-instromers (31 procent). Er stromen naar verhouding minder vaak werknemers direct vanuit het onderwijs in: 36 procent, tegen gemiddeld 51 procent in zorg en welzijn totaal.
Uitstroom relatief hoog, maar niet naar pensioen
In vergelijking met andere branches binnen zorg en welzijn stoppen naar verhouding veel werknemers met hun baan in het sociaal werk: ruim 24 procent, tegenover bijna 21 procent in zorg en welzijn als geheel. Van alle baanwisselaars blijft maar 10 procent werken binnen sociaal werk. Gemiddeld blijft 24 procent van alle baanwisselaars in zorg en welzijn binnen de eigen branche werken. Van alle baanwisselaars in het sociaal werk vertrekt 64 procent uit zorg en welzijn, het hoogste van alle branches in deze bedrijfstak.
49 procent van de uitstromers uit sociaal werk die zorg en welzijn verlaten gaan naar een andere baan buiten zorg en welzijn. Deze werknemers gaan dan vooral aan de slag in de zakelijke dienstverlening en in cultuur en overige dienstverlening. 9,5 procent van de uitstroom betreft pensionering, tegen 16,4 procent in zorg en welzijn.
Bron: CBS
/a_650_1684.jpg)
/H325_ISS_18369_01159.jpg)
/c_650_0111.jpg)
/b_650_0278.jpg)
/H325_ISS_22125_02462.jpg)
/a_650_0903.jpg)
/b_650_0461.jpg)
/f_650_0051.jpg)
/H325_INH_19060_128401.jpg)
