Naast somberheid hebben veel mensen met een depressie ook last van slaapproblemen en moeite met concentreren, plannen of onthouden, soms ook nog na behandeling

Een depressie is meer dan somberheid alleen. Veel mensen met een depressie hebben naast somberheid last van slaapproblemen en moeite met concentreren, plannen of onthouden, soms ook nog na behandeling. Mensen met deze klachten hebben het moeilijker om weer mee te doen in het dagelijks leven. Bovendien slaat een depressiebehandeling bij hen minder goed aan, of komt de depressie sneller terug. Toch weten we nog niet precies waarom slaap- en denkproblemen zo sterk met elkaar samenhangen en wat maakt dat mensen met een depressie dat weinig of veel ervaren.

Geïnitieerd door klinisch neuropsycholoog Esmée Verwijk (Amsterdam UMC) werken psychiaters Didi Rhebergen (GGZ centraal) en Jeanine Kamphuis (UMCG) en onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut samen aan een baanbrekend nieuw idee. Een projectgroep van tien andere clinici en neurowetenschappers uit heel Nederland denkt mee. Hun gezamenlijke doel is om beter te begrijpen wat er in de hersenen gebeurt bij slaap- en cognitieve problemen bij mensen met een depressie. Dit kan een belangrijke stap zijn naar hele nieuwe behandelmethoden.

“We weten dat juist cognitieve klachten en slaapproblemen samenhangen met een minder goed herstel, maar we begrijpen nog niet waarom de ene patiënt er veel last van heeft en de andere nauwelijks,” zegt Esmée Verwijk. “Dat is precies de vraag die we met dit onderzoek willen beantwoorden.”

Slapen terwijl je wakker bent
De onderzoekers denken dat slechte slaap ervoor zorgt dat kleine delen van de hersenen overdag korte momenten in een soort ‘slaapstand’ terechtkomen, terwijl iemand gewoon wakker is. Deze zogenoemde plaatselijke slaap kan leiden tot concentratieverlies, fouten en mentale traagheid. Mogelijk vormt dit een belangrijke schakel tussen slaapproblemen en de cognitieve klachten die veel mensen met een depressie ervaren.

Slecht slapen verstoort ook het onderhoud van myeline in de hersenschors. Myeline is een beschermende laag rondom zenuwuitlopers die ervoor zorgt dat hersencellen snel met elkaar kunnen communiceren. Wordt de laag dunner, dan wordt de communicatie tussen hersencellen langzamer. En, verwachten de onderzoekers, dan wordt de kans op plaatselijke slaap tijdens de dag groter, en de kans op cognitieve problemen ook.

Dit ontregelende proces zou bij sommige mensen met een depressie wel eens sneller en ernstiger kunnen verlopen. Het genetische risico op een depressie blijkt namelijk vooral te zitten in de genen die van belang zijn voor oligondendrocyten. Dit zijn hersencellen zorgen voor het onderhoud van myeline en zijn dus mogelijk bij voorbaat al kwetsbaarder bij mensen met een depressie. Inderdaad bevatten delen van de hersenschors bij hen minder myeline.

Van slaaplaboratorium tot hersenscan
Het team onderzoekt deze mogelijke mechanismen bij 75 mensen met een depressie. Zij dragen eerst thuis een aantal dagen een slaapmeter en brengen vervolgens een nacht door in het slaaplaboratorium. Daar meten onderzoekers hun hersenactiviteit tijdens de slaap én terwijl zij overdag verschillende geheugen- en aandachtstaken uitvoeren. Daarnaast meet mede-aanvrager Wietske van der Zwaag de hoeveelheid myeline in verschillende hersengebieden met een zeer gedetailleerde net ontwikkelde MRI-scan.

De puzzelstukjes samenbrengen
Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het verschillende disciplines samenbrengt. Klinische kennis over depressie wordt direct gekoppeld aan fundamenteel onderzoek naar slaap, cognitie en hersenfuncties. “Veel van deze kennis bestond al, maar los van elkaar,” zegt slaaponderzoeker Eus van Someren. “Door die puzzelstukjes nu samen te brengen kunnen we eindelijk toetsen of onze ideeën ook echt kloppen bij patiënten.”

Ook mede-aanvrager Mohit Dubey, die in de groep van Maarten Kole onderzoek doet naar myeline en hersencellen, ziet daarin de kracht van het project. “Dit is echt een project van laboratorium naar patiënt en weer terug,” zegt hij. “We combineren inzichten uit fundamenteel onderzoek met wat we in de kliniek zien. Juist die wisselwerking maakt het mogelijk om te begrijpen waar de klachten vandaan komen én hoe we ze uiteindelijk kunnen behandelen.”

Op weg naar betere behandelingen
Door alle gegevens met elkaar te combineren hopen de onderzoekers te ontdekken hoe slaap, hersenactiviteit en myeline samen bijdragen aan het herstel van een depressie. Op langere termijn kan dat leiden tot nieuwe, persoonlijkere behandelingen, bijvoorbeeld therapieën die zich specifiek richten op slaap of nieuwe vormen van hersenstimulatie.
De onderzoekers hopen bovendien een objectieve maat te vinden voor de hersenveranderingen die bij deze klachten horen. “Bij aandoeningen zoals epilepsie hebben we duidelijke biologische signalen,” zegt Dubey. “Voor depressie missen we zo’n objectieve maat nog. Als we die kunnen vinden, kunnen we behandelingen veel gerichter afstemmen op de patiënt.”

Het project is een samenwerking van clinici Esmée Verwijk, Didi Rhebergen en Jeanine Kamphuis met NIN onderzoekers Mohit Dubey, Maarten Kole, Wietske van der Zwaag en Eus van Someren. Het project is een van de twee geselecteerde onderzoeksprojecten binnen een nieuw samenwerkingsprogramma van het Nederlands Herseninstituut (NIN) en Psychiatrie in Nederland. Het programma stimuleert intensieve samenwerking tussen clinici en fundamentele neurowetenschappers, met als doel de biologische basis van psychische aandoeningen beter te begrijpen, zodat fundamentele kennis sneller haar weg vindt naar de klinische praktijk.

Bron: Nederlands Herseninstituut