Het IVM roept voorschrijvers, apothekers en regionale ondersteuningsorganisaties op om te onderzoeken op welke thema’s hun regio achterblijft
Patiënten lopen in delen van Nederland aanzienlijk meer risico op bijwerkingen of complicaties van medicijngebruik dan in andere regio’s. Zo varieert het aandeel chronische gebruikers van glucocorticoïden van 50 jaar en ouder dat medicatie voor fractuurpreventie krijgt van minder dan 35% tot bijna 85%. Ook het gebruik van duale antiplaatjestherapie varieert aanzienlijk. Dat blijkt uit de themarapportage Medicatieveiligheid 2025 van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Deze ongewenste regionale verschillen vragen om actie. Het IVM roept voorschrijvers, apothekers en regionale ondersteuningsorganisaties op om hun resultaten te vergelijken, oorzaken te inventariseren en gezamenlijk verbeteringen door te voeren.
Zeer grote regionale verschillen in het voorschrijven van fractuurpreventie bij chronisch systemisch glucocorticoïdgebruik
Glucocorticoïden (bijnierschorshormonen) remmen ontstekingen en onderdrukken het afweersysteem. Artsen schrijven deze middelen voor bij auto-immuunaandoeningen, longaanvallen, jichtaanvallen en als immunosuppressivum bij orgaantransplantaties.
Een bijwerking van glucocorticoïden is osteoporose, vooral bij langdurig gebruik. Daardoor neemt met name de kans op wervelfracturen toe. Richtlijnen raden daarom aan preventieve medicatie zoals bisfosfonaten of denosumab voor te schrijven bij langdurig gebruik van glucocorticoïden. Slechts de helft van de chronische gebruikers van systemische glucocorticoïden van 50 jaar en ouder kreeg in 2025 medicatie voor fractuurpreventie. Tussen regio’s liep dit aandeel sterk uiteen: van minder dan 35% tot iets minder dan 85%.
Langdurig gebruik van duale antiplaatjestherapie varieert aanzienlijk
Na onder meer een hartinfarct of dotterbehandeling schrijven artsen duale antiplaatjestherapie (DAPT) voor om het risico op bloedstolsels in de slagaders te verkleinen. Het advies is om deze behandeling niet langer dan 12 maanden voort te zetten. Daarna wegen de voordelen bij de meeste patiënten niet meer op tegen het risico op bloedingen met mogelijk ernstige gevolgen. Hoeveel patiënten wel baat hebben bij langdurige DAPT is niet bekend. Uit incidentmeldingen en eerder onderzoek is bekend dat onbedoeld langdurig gebruik van DAPT ook optreedt. Al enkele jaren gebruikt ongeveer 5 tot 7% van de DAPT-gebruikers in Nederland deze behandeling langer dan 12 maanden. Tussen regio’s varieert dit aandeel van 1,9% tot 9,9%.
Terugdringen regionale verschillen voor meer veiligheid
Het IVM roept voorschrijvers, apothekers en regionale ondersteuningsorganisaties op om te onderzoeken op welke thema’s hun regio achterblijft. Een deel van de variatie is misschien te verklaren uitverschillen in patiëntenpopulatie. Om de invloed hiervan vast te stellen is meer onderzoek nodig. Grote regionale verschillen, zeker tussen regio's met een vergelijkbare populatie wijzen op ruimte voor verbetering. Bespreek deze onderwerpen in het farmacotherapeutisch overleg (FTO) of start een regionaal verbeterproject. Hierbij is ook een rol weggelegd voor de medisch specialisten. Zij zijn vaak de initiatoren van DAPT, maar ook van chronisch glucocorticoïdgebruik.
Bron: IVM
/e_650_0145.jpg)
/G_650_214.jpg)
/H325_IST_24519_168849.jpg)
/H325_IST_24519_216588.jpg)
/a_650_1155.jpg)
/H325_ING_33594_218817.jpg)
/G_650_179.jpg)
/d_650_0138.jpg)
