224.000 vrouwen van 40 tot en met 60 jaar gebruikten hormoontherapie tegen overgangsklachten

Openbare apotheken verstrekten in 2025 aan 224.000 vrouwen van 40 tot en met 60 jaar hormoontherapie tegen overgangsklachten. Ten opzichte van 2024 nam het aantal gebruiksters met 42% toe. Daarmee gebruikte 10% van de vrouwen in deze leeftijdsgroep hormoontherapie. Aldus de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad.

De overgang is een periode van een aantal jaren in het leven van een vrouw waarin door hormonale veranderingen de menstruaties onregelmatig worden en uiteindelijk helemaal wegblijven. De overgang vindt doorgaans plaats tussen het 40ste en 60ste levensjaar en duurt gemiddeld vier tot zes jaar. De laatste menstruatie, de menopauze, treedt gemiddeld op 51-jarige leeftijd op. De overgang, vooral het eerste jaar na de menopauze, gaat bij ongeveer 80% van de vrouwen gepaard met lichamelijke klachten, zoals opvliegers of nachtelijke zweetaanvallen.

Toename
Volgens de NHG-Standaard De overgang kunnen artsen hormoontherapie voorschrijven als de klachten hinderlijke beperkingen in het dagelijks leven geven. Voor de afbakening van hormoontherapie bij overgangsklachten is aangesloten bij de FTO-module De overgang van het IVM. De analyse omvat oestrogenen (G03CA), combinatiepreparaten van oestrogenen en progestagenen (G03FA en G03FB) en de progestagenen progesteron (G03DA04) en dydrogesteron (G03DB01).

In 2025 gebruikten 224.000 vrouwen van 40 tot en met 60 jaar hormoontherapie; dit komt overeen met 10% van alle vrouwen in deze leeftijdsgroep. In 2024 waren er 158.000 gebruiksters. Daarmee nam het aantal vrouwen dat hormoontherapie gebruikte in één jaar tijd toe met 42%.

10% van de vrouwen tussen 40 en 60 jaar krijgt hormoontherapie
Sinds de wijziging van de NHG-Standaard in 2022, waarin hormoontherapie een prominentere plaats kreeg bij de behandeling van overgangsklachten, is het aantal gebruiksters zelfs bijna 2,5 keer zo hoog.

Toedieningsweg
Oestrogenen werden in 2025 vooral verstrekt als cutane preparaten. Deze preparaten, waaronder pleisters en gels, waren goed voor 81% van alle verstrekkingen. Vaginale preparaten en orale preparaten vertegenwoordigden respectievelijk 12% en 7% van de verstrekkingen. Progestagenen werden daarentegen vooral als orale preparaten verstrekt. In 2025 had 93% van de verstrekkingen betrekking op orale preparaten en 7% op vaginale preparaten. Combinatiepreparaten van oestrogenen en progestagenen werden uitsluitend oraal verstrekt.

Bron: SFK