Aldus de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad

Diabetesmiddelen semaglutide en dapagliflozine zijn met een uitgaventoename van respectievelijk 30% en 39% de grootste stijgers in de uitgaven-top 10 van 2025. Antistollingsmiddel apixaban blijft koploper met € 184 miljoen aan uitgaven. Aldus de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad.

De DOAC-antistollingsmiddelen apixaban en rivaroxaban staan in 2025, net als in 2024, hoog in de top 10 van uitgaven aan pakketgeneesmiddelen. De SFK definieert deze uitgaven als de som van de gedeclareerde geneesmiddelenkosten (materiaalkosten) en de vergoeding voor de geleverde farmaceutische zorg (tarief). Apixaban gaat aan kop met € 184 miljoen aan uitgaven, 13% meer dan in 2024. Rivaroxaban bleef met € 138 miljoen ongeveer gelijk in uitgaven en daalde van plek 2 naar 3. Diabetesmiddel (van het type GLP-1-agonist) semaglutide, twee jaar geleden nog nieuw in de top 10, is gestegen naar plaats 2 met € 153 miljoen aan uitgaven, een toename van 30%.

Nieuw in top 10
Nieuw in deze uitgaven-top 10 is diabetesmiddel (van het type SGLT-2-remmer) dapagliflozine. De uitgaven aan dapagliflozine zijn in 2025 met 39% gestegen door het toenemende aantal gebruikers. Ivacaftor als monopreparaat, dat toegepast wordt bij taaislijmziekte, is in 2025 uit de top 10 verdwenen. 

DOAC-antistollingsmiddelen hoog in top 10
Voor de meeste middelen in de top 10 loopt de stijging in uitgaven ongeveer gelijk op met de toename van het aantal gebruikers. Een uitzondering is metoprolol, een veelgebruikte bètablokker. Terwijl de uitgaven hieraan met 19% stegen, bleef het aantal gebruikers nagenoeg stabiel. De stijging in de uitgaven wordt veroorzaakt door prijsstijgingen van enkele veelgebruikte producten in combinatie met gebruik van duurdere alternatieven als gevolg van tekorten.

Zorgverzekeraars en de overheid ervaren de uitgaven lager dan de SFK berekent. Dit komt onder meer door onderhandse prijsafspraken tussen fabrikanten en zorgverzekeraars. Hierbij is een aantal producten met een kunstmatig hoge lijstprijs aangewezen als preferent middel, maar betaalt de verzekeraar een onbekende, veel lagere prijs dan de lijstprijs. Daarnaast geldt voor een aantal middelen dat de overheid een financieel arrangement heeft gesloten met de fabrikanten, waardoor de werkelijke uitgaven lager liggen.

Bron: SFK