Binnen de SMR-middelen is in de afgelopen tien jaar een aantal veranderingen opgetreden

Openbare apotheken verstrekten in 2025 aan circa 120.000 mensen een middel voor het stoppen met roken. Waar in 2016 varenicline het hoogste aantal gebruikers kende, waren dit in 2025 de nicotinevervangende producten. Aldus de SFK in het Pharmaceutisch Weekblad.

Bij het stoppen met roken (SMR) kunnen geneesmiddelen worden ingezet in combinatie met begeleiding. Volgens de huisartsenrichtlijn en de Multidisciplinaire Richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving zijn nicotinevervangende producten de eerste keus. Als tweede-keusmiddelen worden bupropion, nortriptyline en varenicline genoemd. Cytisinicline geldt als derde keus. Het antidepressivum bupropion is onder de merknaam Zyban geregistreerd als SMR-middel. Nortriptyline, eveneens een antidepressivum, laat de SFK buiten beschouwing, want de SFK kan voor dit middel geen onderscheid maken tussen gebruik als antidepressivum en toepassing binnen SMR-programma’s.

Ontwikkelingen
Binnen de SMR-middelen is in de afgelopen tien jaar een aantal veranderingen opgetreden. Zo verdubbelde het aantal gebruikers van SMR-middelen van ruim 60.000 in 2016 naar – naar schatting – 120.000 in 2025, met gebruikerspieken in 2020 en 2024. Deze pieken komen mogelijk doordat SMR-programma’s niet meer ten koste gaan van het eigen risico (2020) en door accijnsverhogingen (2020 en 2024).

Binnen de SMR-middelen nam het aantal gebruikers van nicotinevervangende producten sterk toe: van 20.000 in 2016 naar 80.000 in 2025. Deze groei ging ten koste van varenicline. Halverwege 2021 werd varenicline door de fabrikant teruggeroepen vanwege verhoogde concentraties nitrosamines. Sinds eind 2024 is het middel weer op de markt.

Ten slotte wordt sinds 2022 ook het derde-keusmiddel cytisinicline verstrekt. De richtlijn kent dit middel een beperkte rol toe. Desondanks was in 2025 het aantal gebruikers van cytisinicline (18.000) vrijwel gelijk aan die van varenicline (17.000). 

Zorgverzekeraars
SMR-medicatie wordt vergoed vanuit het basispakket als ze onderdeel zijn van een programma in combinatie met begeleiding. Uit het patiëntendossier moet blijken dat een farmacotherapeutische interventie wordt toegepast als aanvulling op de geneeskundige interventie (gedragsmatige begeleiding bij het stoppen met roken). Voor de SMR-programma’s maakten verzekeraars met een aantal apotheken afspraken over het verstrekken van deze medicatie. In lijn hiermee signaleert de SFK dat een beperkt aantal apotheken het merendeel van deze medicatie verstrekt. Bovenstaande cijfers hebben betrekking op zowel verzekerde als onverzekerde verstrekkingen.

Bron: SFK